Hieronder vind u een lijst van i

Hieronder treft u meer informatie over atopie.

 

Atopie (atopische dermatitis) is een huidaandoening die ontzettend veel voorkomt. Vaak zie ik West Highland White terriërs met deze aandoening, maar ook bij de Cocker Spaniels, de Engelse en Franse Buldog, de Boxer, de Labrador, de Newfoundlander en de Berner Sennerhond zie ik atopie steeds meer. Het is een aandoening, die ontstaat doordat er een allergische reactie optreedt ten gevolge van “stoffen die in de lucht zweven”. Denk hierbij aan huisstofmijt, maar ook pollen zijn vaak de boosdoeners. Deze aandoening zie je vooral in het begin van de lente en de zomer. Dan bloeien er veel bomen en planten en zijn er veel pollen in de lucht. In feite kunnen honden allergisch zijn voor alle soorten pollen die er maar bestaan. Met andere woorden: “voor wel een miljoen allergenen”. Het is dus zeker niet zo eenvoudig om achter de echte oorzaak te komen.



 

Plekken waar de aandoening zich openbaart

De atopie uit zich vaak op heel duidelijke plaatsen; eerst zie je dat de haartjes rond de ogen wat uitdunnen. De oogleden zijn iets gezwollen, soms een beetje rood en heel vaak droog. Honden jeuken ook nogal eens met hun poot aan oog en snoet. Want ook aan de snuit, en met name dan de plek aan de onderlip zo’n 2 centimeter voor de mondhoek, zit vaak een rode, droge, jeukende plek. Veel honden schuren met hun lippen over de grond, van linkerlip naar rechterlip, vaak al lopend. De oren doen meestal mee. Deze zijn rood gezwollen, droog en ze jeuken. Soms ruik je een typische lucht. Een beetje zurig, een beetje “zware” hondenlucht. Maar dit alles is vaak nog niets vergeleken met het likken van de voeten. En dan bedoel ik echt tussen de tenen likken. De voeten worden omgeklapt en er wordt uitgebreid gesabbeld en gelikt. Ook hier zie je roodheid van de huid en duidelijk roodverkleurde haren en zwellingen. Op den duur ontstaan hier dikke kloven en soms van die “blubberige”verdikkingen. Als je naar de hond kijkt zie je zonder een poot op te tillen al



 

een zwelling, roodverkleuringen en relatief “kale” tenen. De nagels schitteren je bij wijze van spreken al tegemoet, zo weinig haar zit er in ernstige gevallen nog maar. Daarna zie je ook vaak dat het gebied rond de anus helemaal rood wordt. Je hoeft de staart maar op te tillen. Tot slot biedt de atopie zich steeds verder uit en is de roodheid, het haaruitval, de schilvers, de doffe vacht, de stank en de warmte over het hele lichaam verspreid.

 



 



 

Behandeling van atopie

Hoe zou men deze aandoening kunnen behandelen? Bij de regulier werkende dierenarts zijn er grofweg 4 methodes. In de eerste plaats is er de mogelijkheid van hyposensibilisatie. Hiervoor moet er eerst een allergietest worden afgenomen. De huid, meestal van de borstwand, wordt kaalgeschoren en volgens een van tevoren vastgesteld schema wordt er op bepaalde plekken in de huid een piepklein beetje allergeen (dus datgene waar de hond allergisch op kan reageren) ingespoten. Na plusminus 20 minuten wordt afgelezen of er een allergische reactie heeft plaats gevonden. Dan is er op de injectieplaats een zwelling en roodheid ontstaan. Afhankelijk van de grootte en roodheid kan worden vastgesteld hoe heftig de hond heeft gereageerd (reactie is + tot 4+). De testsets zijn kant en klaar te koop voor dierenartsen en bevatten allergenen, die vaak tot allergische reacties leiden. Zo heb je boompollenmengsels, maar ook huisstofmijten enz enz. Nadat vastgesteld is waar de hond allergisch voor is, wordt er een hyposensibilisatiekuur ingezet. Men probeert dan de hond minder gevoelig te maken door in toenemende concentratie en met toenemend interval de allergenen, waar de hond op heeft gereageerd, weer onder de huid te spuiten. Op deze manier blijkt op den duur de hond minder allergisch te reageren.

 



 

 



 

Tweede methode

De tweede methode, die de regulier werkende dierenartsen hebben is de “therapie”met glucocoticosteroiden, de zgn bijnierschorshormonen. Prednison, prednisolon, dexamethason enz. zijn voorbeelden hiervan. Op zich zeer effectieve middelen, maar helaas hebben deze middelen op termijn ook nogal wat bijwerkingen. De bijnierschorshormonen remmen namelijk ontstekingen. Dat klinkt prachtig maar dat betekent ook, dat als er een bacterie of iets dergelijks in het lichaam van de hond binnen komt, de eigen afweer erg weinig doet. Gevolgen zijn dat deze honden gevoeliger worden voor infecties (oorontsteking, blaasontsteking, bacteriële huidontstekingen enz). Daarnaast zie je bij een aantal honden de veel voorkomende bijwerking dat ze veel eten en veel drinken en dus ook veel ontlasting hebben en plassen. Een aantal honden wordt al bij een lage dosering prednison incontinent. Ook een verhoogde kans op suikerziekte en de zgn ziekte van Cushing komt voor door toediening van bijnierschorshormonen. Daarom is het ook belangrijk om zo laag mogelijk te doseren en het liefst ook nog om de dag zodat de hond op de “ niet prednisondag” zelf bijnierschorshormonen kan aanmaken. Het is ook èèn van de redenen waarom deze medicijnen afgebouwd moeten worden. Immers als er elke dag prednison wordt gegeven remt dit de productie van de eigen bijnier. Deze doet dan nagenoeg niets. Zou de toediening ineens gestopt worden dan is de eigen bijnier niet in staat om bijnierschorshormonen te maken en zou de hond in grote problemen kunnen raken.

 

Derde methode

Naast de coticosteroiden is er ook al enige tijd de mogelijkheid om de honden met atopie te behandelen met atopica. Dit product kan kortdurend gecombineerd worden met corticosteroiden, zonder kwalijke bijwerkingen. Atopica heeft bij een aantal honden namelijk niet direct resultaat. Op deze wijze worden de corticosteroiden afgebouwd en de atopica ingezet. Echter atopica is de merknaam voor cyclosporine. Dit zijn antibiotica en ook deze stof heeft effect op de immuniteit van de hond. Daarom wordt in de bijsluiter ook geadviseerd om twee weken voor en na een vaccinatie met levend vaccin geen atopica toe te dienen!
Ook nu wordt de natuurlijke afweer van de hond geremd, zodat een vaccinatie met levend vaccin de hond ziek kan maken. Bij kwaadaardige afwijkingen mag atopica ook niet ingezet worden. Helaas heeft atopica vaak ook bijwerkingen. Met name maagdarmstoornissen, zoals braken, zachte ontlasting en diarree komen voor. Meestal verdwijnen deze bijwerkingen. Ook komt het voor dat de hond niet goed meer wil eten en dat het tandvlees dikker wordt. De vacht kan gaan veranderen, wratvormige beschadigingen van de huid kunnen optreden, evenals rode en gezwollen oorschelpen, spierzwakte en spierkrampen. Alleen als de behandeling stopt, verdwijnen deze laatst genoemde bijwerkingen!

 

Vierde methode

Methode vier is de meest logische. Natuurlijk moet je proberen om de contacten met de allergenen te vermijden. Alleen, dat valt vaak tegen. Door goed te bedenken wanneer de hond problemen heeft, kun je wel tot een aantal oplossingen komen, maar 100% werkt het zelden. Zelf heb ik nogal wat negatieve gevoelens bij de eerste drie genoemde methodes. De tweede en derde methode vanwege de bijwerkingen, de eerste methode op basis van de onderstaande redenering. De gedachte is in principe prachtig, testen waar de problemen zitten en dan in verdunde vorm de allergeen inspuiten. Maar… een hond kan bij wijze van spreken voor alle dingen op deze wereld allergisch zijn. Er zijn nogal wat pollen, schimmels, mijten enz. Van deze miljoenen dingen wordt er slechts een piepklein deel getest. Een soort speld in de hooiberg zoeken dus. Wat is de kans dat je precies goed zit met de test? Okay, je kunt geluk hebben, maar heel vaak helpt het maar voor een deel. Daarnaast spuit je de allergeen in de huid in. Je bekijkt de allergische reactie. Maar dat betekent dat de hond hierna ook gevoelig kan aan reageren op de allergenen die bij de test zijn ingespoten in de huid. Die horen daar namelijk niet en een hond die al zo’n allergische neiging heeft, kan dus ook heel gemakkelijk allergisch worden voor deze allergenen. Een akelig idee. Nu moeten jullie niet denken dat ik wel even weet hoe er gehandeld moet worden, maar dit zijn toch overwegingen die meegenomen moeten worden bij de behandeling van de atopie vind ik.

 

Methode Mentjox

De methode, die ik toepas bij atopische honden, is anders. Natuurlijk probeer ik ook in een goed gesprek te achterhalen wat de mogelijke allergenen zouden kunnen zijn. Maar daarnaast behandel ik de dieren met vetzuur; gammalinoleenzuur (GLA), dat in Efavet zit en eventueel homeopathische middelen, Ook behandel ik de honden soms met acupunctuur. Op de homeopatische middelen en acupunctuur ga ik verder niet in. Dit zijn zeer individuele behandelingen waarbij voeding, andere ziekteprocessen, gedrag etc. worden meegenomen in de aanpak. Maar over de GLA wil ik nog wel het een en ander schrijven. In de voeding van de hond zit het vetzuur Cis-linolzuur dat door een enzym ( in het lichaam van de hond): delta-6-desaturase wordt omgezet in gammalinoleenzuur. Dit gammalinoleenzuur wordt weer omgezet in dihomo-gammalinoleenzuur, dat op zijn beurt weer wordt omgezet in onder andere arachidonzuur, waaruit langketenvetzuren ontstaan. Bovendien ontstaat er uit dihomo-gammalinoleenzuur ook prostaglandines (E1). Dit zijn celregelaars, die onder andere op een natuurlijke wijze ontstekingsremmend werken. Ze zorgen naast hun controle om het immuunsysteem, ook voor bloeddrukverlaging, ze gaan bloedvatverwijding tegen, ze gaan trombose tegen, ze werken cholesterolverlagend en ze regelen onder andere de speeksel- en traanvochtproductie. De langketenvetzuren worden afgezet in de talgklieren waardoor een laagje vet de huid beschermt.

 

De haren worden omringd met dit laagje vet en gaan weer glanzen. Hierdoor kunnen de allergenen minder goed contact maken met de eigen afweerstoffen. Er zit immers “vet” tussen. Een ontstekingsreactie (dat is in dit geval de strijd tussen de afweerstoffen en allergenen) zal niet tot nauwelijks plaatsvinden.
Wat doet gammalinoleenzuur uit Efavet dan? Het blijkt dat bij veel honden met atopie relatief te weinig delta-6-desaturase aanwezig is om Cis-linolzuur om te zetten in GLA. Hierdoor ontstaan ook de verdere omzettingsproducten in te geringe mate, met als gevolg het beeld zoals aan het begin van dit verhaal geschetst. Nu blijkt dat in teunisbloemolie veel GLA zit waardoor als het ware het eerste stapje wordt overgeslagen. Delta-6-desaturase heb je dan immers niet nodig. Het GLA wordt gewoon weer verder omgezet en het probleem is opgelost. Efavet is een capsule waarin teunisbloemolie en visolie is verwerkt, samen met vele vitamines en mineralen omdat deze stoffen ook als “hulpjes” werken bij de verdere omzetting van GLA. De dosering is als volg: Efavet: 1 capsule per tien kilogram lichaamsgewicht per dag, dit is vooral interessant voor kleinere honden. Efamol zuivere teunisbloemolie: 1 capsule per tien kilogram lichaamsgewicht per dag, maar bevat geen vitamines en mineralen en is dus geschikt bij honden die problemen met hun mineralen huishouding hebben. Denk hierbij aan blaasgruis patiënten! De Efavet-capsules kunt u bij mij bestellen. In ieder geval moet de kuur zes weken gegeven worden om een duidelijk resultaat te behalen. Mochten de klachten verminderen, dan zeker doorgaan. Op een gegeven moment valt er natuurlijk met de dosering een beetje te spelen. Als er nauwelijks allergenen in de lucht zitten, zal je minder Efavet hoeven te geven en in het voorjaar, als bomen en planten in bloei staan, meer! Inmiddels zijn er meer geneesmiddelproducenten gekomen die GLA aanbieden. Zelf ben ik zeer tevreden over Efavet en dit gebruik ik dus het liefste. Heel veel van mijn patiënten reageren er uiterst goed op. Het grote voordeel van deze therapie is dat het gezond is en zonder bijwerkingen.

 

Natuurlijk is het niet zo, dat elke hond fantastisch reageert. Soms moet er water bij de wijn worden gedaan en zal er als ook homeopathie en acupunctuur niet werkt een kuurtje prednison of zalven nodig zijn, maar dat doe ik alleen maar als het echt op geen andere wijze meer lukt. En gelukkig is dat maar zelden het geval!

 

©Copyright Hella Mentjox 2010, homeopathisch dierenarts te Capelle aan den IJssel

 

terug naar boven

Klik voor homepage